Om het Bloedbad op Piazza Grande te herkennen, kijk je naar de muur van het gemeentehuis: daar hangt een strakke, witte gedenkplaat met namen en een sobere tekst gegraveerd, zodat je zeker weet dat je op de juiste plek staat.
Stel je de Piazza Grande eens levendig voor, honderd jaar geleden: overal geroezemoes, marktpraat, het geluid van winkeldeuren die dichtklappen. Maar op 7 april 1920 werd deze plek overspoeld door duizenden mensen, in plaats van koopwaar was er woede en verdriet te vinden. Hier stond je dan, tussen de menigte, en hoorde je gemompel, stemmen, misschien zelfs het zenuwachtige tikken van laarzen over de plaveien. De arbeiders van Modena, zowel socialisten als anarchisten, hadden besloten te staken. Alles was dicht: de winkels, de fabrieken, zelfs de treinen stonden stil. Je kon het horen: een ongebruikelijke stilte, juist omdat het stadsleven volledig tot stilstand kwam.
De staking was het antwoord op een tragedie, want twee dagen daarvoor waren in San Matteo della Decima acht mensen omgekomen bij een soortgelijke protestactie. Dat moest en zou niet onopgemerkt voorbijgaan! Dus verzamelden duizenden mensen zich hier op het plein, net als jij nu, wachtend, eisend, vurige toespraken in gedachten. Om elf uur was er nog niets aan de hand - iedereen hield zich netjes. Maar later die dag, toen de menigte aanzwol tot misschien wel vijftienduizend mensen volgens de socialistische kranten (de politie hield het op drieduizend, waarschijnlijk omdat hun telraam het begaf), liep de spanning op.
De autoriteiten stonden klaar: 44 carabinieri gedrukt tegen het gemeentehuis, gesteund door hunderten soldaten en artilleristen - je zou denken dat de stad werd aangevallen door een leger mieren! Alles om te voorkomen dat demonstranten het gemeentehuis binnen zouden stormen en hun rode vlag triomfantelijk uit het raam zouden hangen. Zelfs in het protest zat humor: één van de vlaggen droeg de tekst “Giù le armi” - ‘Weg met de wapens’ - maar ironisch genoeg laaide het vuur juist hierdoor extra op!
Toen de onderhandelingen over het gebruik van het balkon van het stadhuis eindeloos traag verliepen - de prefect was natuurlijk net koffie halen of ergens een luie siësta aan het doen - werden de zenuwen strakker gespannen dan de snaren van een viool. De massa begon te duwen, riep leuzen, daagde de carabinieri uit, terwijl die daar stijf stonden, hun mutsen wellicht nog scheef van de stress. En dan - plotseling, als bij een slechte goocheltruc - trok een carabinier, zonder order, zijn wapen, gevolgd door anderen. In één razend moment klonken 30 tot 40 schoten over het plein. De politie moest dekking zoeken, manifestanten renden de steegjes in, chaos heerste. Wat een paniek! Stel je de daverende echo voor als kogels tegen de kathedraal kaatsten - een middeleeuwse kerk die vast niet had gerekend op zo’n lawaaierige ‘restauratie’.
Vijf levens werden die dag voorgoed veranderd. De namen op de plaquette voor je: Evaristo Rastelli, Linda Levoni, Ferdinando Gatti, Antonio Amici en Stella Zanetti. Mensen van vlees en bloed, arbeiders, een marktvrouw, een dagloner… Mensen uit Modena die hier hun dromen en hoop neerlegden, en slechts kruitdamp terugkregen. Zeker, ruim dertig anderen raakten gewond, sommigen zwaar. En in de dagen erna hulde de stad zich in rouw: winkels bleven gesloten, treinen rolden niet, het leek wel of heel Modena even zijn adem inhield.
Politiek? Het werd er niet gezelliger op - socialisten riepen om wraak én geduld (typisch Italiaans), de krant suggereerde een geheimzinnige ‘politiek van de slachting’, en anarchisten werden nerveus genoeg om mitrailleurs te gaan stelen (nee, niet voor een feestje…). Zelfs bij de begrafenis van de slachtoffers zorgde het knallen van een uitlaatpijp voor paniek, mensen doken op de grond alsof het carnaval was - maar dan de angstigste parade ooit.
Het onderzoek? Ach, bureaucratie op z’n best: wie had geschoten, wie was schuldig? Een kluwen van rapporten, elke militair wees naar een ander of naar de zenuwen (“sorry, ik ben net nieuw hier!”). De hoge heren werden liever overgeplaatst, de zaak werd diep in een archiefkast verstopt. Vraag je je af of er op de kathedraal nog altijd kogels zichtbaar zijn? Niemand heeft het ooit gecontroleerd!
Nu, precies op de plek waar jij staat, hangt deze plaquette. In 2016 weer netjes onthuld, als een herinnering - en hopelijk een waarschuwing - dat op het Piazza Grande de stem van het volk soms klonk, maar één verdwaalde trekker beweging alles kon laten omslaan. Dus kijk nog eens rond, luister naar de stilte… Of wie weet, hoor je in de wind nog een restje geroezemoes uit 1920. Zo, en nu maar hopen dat jouw wandeling door Modena wat vreedzamer verloopt!
Om dieper in te gaan op de de feiten, slachtoffers of de nasleep, laat je je vraag achter in de chatsectie en ik zal meer informatie geven.



