Rechts voor je zie je een grote, eenvoudige bakstenen gevel met een onafgewerkte uitstraling en een ronde boog boven de zware houten toegangsdeur - de Kerk van Santa Maria della Pomposa is niet te missen op dit rustige, geplaveide plein.
Stel je eens voor: het is 1153, de stad Modena gonst van de middeleeuwse bedrijvigheid en precies hier, waar je nu staat, staat een bescheiden kerk die haar naam dankt aan de machtige Abdij van Pomposa. Misschien ruik je nog vaag de geur van oude wierook of hoor je een verdwaalde monnik zachtjes neuriën. Eeuwenlang dient deze plek als spiritueel toevluchtsoord, maar eerlijk gezegd, tegen de achttiende eeuw is de kerk zó vervallen dat je je afvraagt of de duiven er niet meer te zoeken hebben dan mensen! En daar begint het avontuur. In 1716 komt er redding in de vorm van Ludovico Antonio Muratori - jawel, dezelfde Muratori als van het beroemde gymnasium in Modena. Hij trekt hier als pastoor in, kijkt eens goed om zich heen en denkt: “Nou… dit is geen huis van God, maar een ruïne! Hier moet wat aan gebeuren.”
En zo, met de vastberadenheid van iemand die niet vies is van een beetje puinruimen, laat Muratori de kerk volledig herbouwen. Hij voegt zelfs een koor toe, net als in de grote kathedralen, en zorgt ervoor dat zijn geliefde kerk weer straalt. Stel je nu even dat gedempte geklop en gehamer voor, bouwvakkers die mopperen over scheve stenen en Muratori die erop toeziet dat elke baksteen perfect ligt. Hij woont hiernaast in de pastorie, waardoor hij altijd een oogje in het zeil kan houden. Zijn nalatenschap is zó belangrijk, dat hij - toen hij stierf in 1750 - hier begraven mocht worden, samen met zijn goede vriend, dokter Francesco Torti.
Maar ja, het leven is niet altijd een happy end: na Muratori’s dood zakt de kerk weer weg in verval, zo erg zelfs dat hij in 1774 wordt ontwijd. Gelukkig, na twintig jaar wachten en wat bureaucratisch gedoe, weten de leden van de broederschap van San Sebastiano de kerk in 1794 weer opnieuw in te wijden, en vanaf dat moment begint een nieuwe bloeiperiode.
Kijk je naar de gevel, dan zie je sporen van de middeleeuwen: die ronde stenen boog boven de deur en het kleine ronde raampje lijken net echo’s uit lang vervlogen tijden. De rest is typisch achttiende-eeuws, wat ongepolijst - alsof de bouwvakkers toentertijd halverwege dachten: “Het is wel goed zo!” Ga je naar binnen, dan word je verwelkomd door één lange, open ruimte, onderbroken door losse kolommen en ondiepe kapellen. Overal zie je kunstschatten: altaarstukken van de meester Bernardino Cervi met dramatische taferelen uit het leven van San Sebastiano. Rechts van het altaar hangt een wondermooi Maria-icoon in een zilveren lijst, omringd door heiligen: San Luigi Gonzaga en Santa Lucia kijken streng toe of je wel netjes over de drempel stapt. Aan de linkerkant is het monument voor Muratori zelf, gemaakt van prachtig marmer en gedecoreerd met eiken- en laurierbladeren - alsof de tijd hier even stilstaat voor deze beroemde historicus.
Achter het grote altaar schittert een kopie - gemaakt door Jean Boulanger - van een beroemd schilderij dat ooit werd geroofd door de hertog van Este voor zijn privécollectie, uiteindelijk naar Dresden verhuisde. Maar ach, Modena zou Modena niet zijn als er geen passende vervanger in deze kerk was gekomen.
En zo is Santa Maria della Pomposa, ondanks alle ups en downs, vervallen bakstenen en onverwachte wendingen nog altijd een nationaal monument - en een heerlijk mysterieuze plek waar oude verhalen en nieuwe bezoekers hun weg blijven vinden. Misschien hoor je nu zelfs nog Muratori zachtjes zuchten: “Eindelijk, alles op z’n plek!”



