Rechts voor je zie je de Leughenaer Toren, een hoge, achthoekige toren van lichte baksteen met een klok aan twee kanten-hij prijkt fier boven het plein uit tussen de lage huizen.
Stel je even voor, je staat hier in Duinkerke in het jaar 1450 - een zoute wind blaast vanaf de zee en in de verte hoor je het gekrijs van meeuwen. Midden op de kade staat deze toren, gebouwd door Jacques Desfontaines, ooit het hoogste uitkijkpunt van de stad. Maar pas op, deze toren heeft een bijnaam: de "Leughenaer", oftewel de "Mentenaar". Nee, hij vertelt geen grapjes-hij stond erom bekend dat boten soms verdwaalden ondanks de felle lichtsignalen van boven. De arme kapiteins stuurden vol vertrouwde moed hun vaartuigen richting de haven en... boem, vast op de zandbanken! Al snel begon er een hardnekkige legende te gonzen in Duinkerke: zouden de locals expres valse signalen geven? Waren zij een soort stoere piratenbende die schepen wilden laten stranden om ze lekker te plunderen?
Maar ja, de echte "leugen" zat eigenlijk in het lastige, kronkelige toegangskanaal, waardoor het navigeren een stressvolle uitdaging was, zelfs voor de meest doorgewinterde zeebonken. Tegenwoordig kun je in alle rust de oude stenen voelen onder je hand - en wie weet, als je goed luistert, hoor je nog het gemompel van oude zeemannen over wie nu eigenlijk loog: de toren, of de zee zelf. In 1995 kreeg hij zijn status als officieel Monument Historique, dus de enige die je nu nog voor de gek kan houden, is misschien je eigen schaduw op het plein! Wat een toren, hè?




