Loop rustig door en kijk recht vooruit: daar staat een indrukwekkend stenen gebouw met een rij stevige, dikke zuilen die een driehoekig dak dragen. Het heeft iets weg van een Romeinse tempel, maar dan met een Schotse spierballenlook. Onder die zuilen zie je brede bogen als ingangen, en ervoor staat een ruiterstandbeeld te waken, alsof hij elk moment “niet dringen!” kan roepen. Dit is Parliament House. Als dit een tikje verweerde, stoere kolos voor je opdoemt, dan zit je goed.
Stel je nu even de zeventienhonderd… pardon, de zestienhonderd voor: mensen in capes en pruiken schieten over de kasseien, serieuze gesprekken gonzen langs de stenen muren, en laarzen tikken alsof ze haast hebben met de geschiedenis.
Parliament House is namelijk geen zomaar mooi gebouw. Het is het eerste parlementsgebouw ter wereld dat speciaal als parlement is ontworpen, voltooid in zestien veertig. Toen dacht men bij “wifi” eerder aan een toverspreuk dan aan iets dat je telefoon blij maakt. Het staat pal naast de Sint-Gileskathedraal, en hier vergaderde decennialang het Schotse Parlement. Denk aan felle debatten, haastige fluisteringen en, heel menselijk, af en toe iemand die wegdommelt tijdens een taaie toespraak.
Achter die zuilen ligt de Parliament Hall: een enorme ruimte met een eikenhouten dak dat er nog steeds is. Ooit hingen er wandkleden, dat zijn grote geweven doeken als luxe muurdecoratie, en je had glas-in-loodramen die het licht laten spelen.
Vóór de zestien dertiger jaren zwierf het parlement een beetje rond, als een band zonder vaste zaal. Het groeide uit zijn plek in Sint-Giles, en koning Karel de Eerste stelde een nieuw onderkomen voor. De stadsraad legde geld bij, er gingen zelfs een paar “manses” tegen de vlakte, dat zijn pastorieën, de woningen van predikanten. Karel de Eerste was ook de eerste monarch die hier een zitting bijwoonde.
En als je straks onder de bogen doorloopt en ineens zin krijgt om fel over belastingen te discussiëren: geef de geschiedenis maar de schuld.



