Kijk eens vooruit: daar slingert de Cowgate, een soort verborgen ader onder de bekendere straten van Edinburgh. Je herkent ’m als de weg onder de stenen bogen duikt en uitkomt op een smalle, drukke straat die klem zit tussen hoge grijsbruine gebouwen. En zie je links dat brutale roodstenen pand met die puntige geveltoppen? Mooi, dan zit je goed. En als je brein je hoefgetrappel cadeau doet: dat is gewoon je verbeelding die op hol slaat.
Je staat nu op de Cowgate, een van de oudste en meest besproken straatjes van de stad. Bijna zevenhonderd jaar geleden zag je hier geen auto’s, maar koeien op weg naar de markt, door een modderige route aan de rand van de stad. De naam is heerlijk letterlijk: “gate” betekende in het oud-Schots gewoon “weg”. Dus ja, dit was de “Koeienweg”. Ik vraag me af hoeveel runderen later heimwee kregen van rotondes.
In de vijftiende eeuw bouwden edelen en stadsbestuurders hier in de buurt hun flinke huizen. Denk aan koetsen, dure stoffen en mensen die doen alsof ze nooit morsen. In de negentiende eeuw kreeg de buurt de bijnaam “Little Ireland”: er woonden veel Ierse immigranten, vaak arm, maar met verhalen, muziek en plannen voor morgen. En vooruit, waarschijnlijk ook af en toe een koppige koe.
En dan het koninklijke hoofdstuk: Mary, Queen of Scots logeerde hier ooit. Er waren zelfs koninklijke maaltijden met brood en wijn, plus een vleug drama. Oude verhalen fluisteren ook over stiekeme nachtelijke bezoekjes.
Niet alles is middeleeuws. In tweeduizend en twee raasde er een grote brand door deze kronkelende stegen, een doolhof van gebouwen. Dagenlang werd er geblust, maar wonder boven wonder kwam iedereen eruit. Een paar jaar later verrezen er moderne panden waar eerst as lag: weer een nieuw hoofdstuk voor de Cowgate. En ruik je iets raars? Geef de spookkoeien niet de schuld. Dat is gewoon… Edinburgh. Klaar voor de volgende halte?



