Kijk eens vooruit over de brede paden en groene grasvelden van Princes Street Gardens. Daar steekt iets donkers en stekelscherps boven alles uit: de Scott Monument. Het lijkt een beetje op een gigantische gotische raket die elk moment kan opstijgen. En eerlijk is eerlijk: als er ergens een vampier auditie zou doen, dan zou die hier meteen een rol krijgen.
Onder die hoge stenen bogen kun je gewoon doorlopen. En terwijl je daar staat, hoor je Edinburgh z’n eigen soundtrack spelen. In de negentiende eeuw waren dat koetsen die ratelden over straatstenen; nu zijn het bussen, en ergens in de verte hoor je soms doedelzakken. Dit monument is gebouwd voor Sir Walter Scott, een van Schotlands geliefdste schrijvers en een absolute kampioen in verzinnen. Het is zelfs het op één na hoogste monument ter wereld dat aan een schrijver is gewijd. Wie zin heeft in sport: je kunt tweehonderd zevenentachtig wenteltrappen omhoog. Boven wacht een prachtig uitzicht; beneden vaak benen die hun ontslag indienen.
De steen komt van vlak bij Edinburgh. Volgens de overlevering zaten de beeldhouwers beschut te werken aan fijne details in hard zandsteen, terwijl de bouwlieden buiten het zware werk deden. Tragisch genoeg maakte het stof van al dat hakken veel vaklui ziek. Schoonheid met een rafelrand.
Nog zo’n verhaal: architect George Meikle Kemp dacht dat hij zonder deftige papieren nooit zou winnen. Dus deed hij mee onder een geheime codenaam. Hij won, maar verdronk in een kanaalongeluk voordat het monument helemaal af was.
Kijk onder de bogen: daar zit Walter Scott in marmer, met zijn hond Maida. Om hem heen staan vierenzestig personages uit zijn boeken in steen. En soms, zeggen ze, maakt het monument een eigen fluisterend geluid. Dan is Scott vast weer bezig met een nieuw avontuur.
Wil je dieper duiken in het ontwerp, de steenhouwers, of de eerste funderingssteen? Kom dan even naar de chatsectie, dan vertel ik je er graag alles over.



