Het Palazzo del Podestà is een opvallend middeleeuws gebouw van rode bakstenen, met hoge ramen in wit-rode bogen: kijk gewoon rechtdoor waar de twee straten samenkomen, dan zie je dit trotse, rechthoekige paleis meteen!
Stel je voor: je staat nu aan het kruispunt van Via dei Cappellai en Via Incisa, midden in het middeleeuwse hart van Asti. Het Palazzo del Podestà torent hier al sinds de dertiende eeuw boven de straatjes uit, als een stille wachter van baksteen en tijd. Je hoort misschien het zachte geroezemoes van de markt - stel je even voor dat je terug bent in de middeleeuwen. Mensen lopen haastig heen en weer, de lucht ruikt een beetje naar vers brood, kruidige wijn en, tja, misschien niet altijd even fris - het was tenslotte de dertiende eeuw!
Nu, leuk detail: dit paleis wordt al eeuwenlang Palazzo del Podestà genoemd, maar wist je dat dat eigenlijk een vergissing was? Ja, astrologen, eh… historici als Gabiani dachten dat hier vroeger de stadspodestà woonde (dat was zoiets als de stadsbaas), maar die arme man woonde gewoon bij de mensen thuis of naast de Collegiata van San Secondo. Dit gebouw was meer het derde gemeentehuis van Asti, het centrum van praktische zaken. Een soort stadhuis, maar dan met minder papierwerk en veel meer middeleeuwse drama!
Het gebouw zelf is een waar doolhof van tijden en verhalen. In de begindagen was het een praktisch paleisje, dicht bij de markt van San Secondo, je hoefde alleen maar de straat uit te rennen als je vergeten was brood te halen. Vanaf 1254 werd het zelfs vastgelegd met de mysterieuze naam “volte del Santo”. En tegen het einde van de dertiende eeuw verscheen er voor het eerst een “palacium novum comunis” - tijd voor het grote leven, want het nieuwe stadspaleis was geboren! Jaren, eeuwen zelfs, liep hier het drukke stadsbestuur rond, en men fluisterde over geheime plannen voor feestjes, handel en - wie weet - een beetje gekonkel.
Binnen, mocht je ooit een blik kunnen werpen, vind je een indrukwekkende vierhoekige pilaar van baksteen die als een soort stevige danser alle gewelven draagt. De gewelven hebben de vorm van trapeziums, verbonden met stenen sleutels. Eén daarvan draagt een gebeeldhouwde gekroonde adelaar: of dat zomaar decoratie was, of een geheime verwijzing naar een middeleeuwse kantoorbaan, laten we even in het midden! Een andere sleutelsteen toont een massieve kruisvorm, een kruising tussen geloof en macht.
Verder onder het gebouw zit een oude kelder, ooit vol met zout of graan - geen wijnkelder, helaas! Maar stel je voor hoe burgers, schuilend voor de regen, afdaalden naar het koele donker om het kostbare gemeentezout te halen. Want zout was in die tijd net zo waardevol als goud… en bovendien smakelijker op de frietjes.
Het paleis werd gebruikt tot in de zestiende eeuw als hoofdkantoor van de stad. Daarna kwam de notarissecretarie erin, en in 1810 werd het eigendom van de heer Fautrier Pietro - schijnbaar de eerste inwoner die erin slaagde de energierekening op tijd te betalen. Tegen het einde van de negentiende eeuw streken hier de ambtenaren van de gasverlichting neer, en het paleis bruiste even van elektrisch enthousiasme.
Dus terwijl je daar nu staat, kijk omhoog en stel je voor hoe generaties Astigiani, marktbazen, klerken, en misschien zelfs een verdwaalde kip door deze deur zijn gelopen. Dit paleis heeft alles overleefd: misverstanden, marktverplaatsingen en zelfs het tijdperk van de gaslamp! En jij, tja, jij hoeft alleen maar te glimlachen - je hebt het nu gezien!




