Asti Audiotour: Schatten en Geheimen van Paleizen en Torens
Ontdek de betoverende charme van Asti tijdens deze fascinerende rondleiding! Dwaal door het historische hart en bewonder het imposante stadspaleis, een prachtig voorbeeld van middeleeuwse architectuur. Bezoek de prachtige Cattedrale di Santa Maria Assunta, waar kunst en spiritualiteit samenkomen in een adembenemend interieur. Verken de oude stadsmuren die de rijke geschiedenis van Asti omringen en laat je meevoeren naar vervlogen tijden. Deze tour biedt een perfecte mix van cultuur, geschiedenis en de authentieke Italiaanse sfeer. Mis het niet!
Tourvoorbeeld
Over deze tour
- scheduleDuur 40–60 minsGa op je eigen tempo
- straighten3.3 km wandelrouteVolg het geleide pad
- location_on
- wifi_offWerkt offlineEén keer downloaden, overal gebruiken
- all_inclusiveLevenslange toegangOp elk moment opnieuw afspelen, voor altijd
- location_onStart bij Palazzo Catena
Stops op deze tour
Kijk naar rechts langs de Via XX Settembre: je ziet een statig middeleeuws gebouw met een opvallende geblokte boog van afwisselend wit en rood en daarboven een fraaie rij…Meer lezenToon minder
Kijk naar rechts langs de Via XX Settembre: je ziet een statig middeleeuws gebouw met een opvallende geblokte boog van afwisselend wit en rood en daarboven een fraaie rij bakstenen bogen net onder het dak. Ah, welkom bij Palazzo Catena! Terwijl je voor deze massieve muren staat, stel je je voor dat je terugreist naar het Asti van de middeleeuwen. De straat ruikt een beetje naar vochtige aarde en versgebakken brood uit een naburige winkel - maar zo’n duizend jaar geleden was het hier een en al bedrijvigheid van ridders, kooplieden, en edellieden. Deze plek is uniek doordat wat nu als één palazzo lijkt, eigenlijk een soort duizendpoot is, ontstaan uit drie verschillende bouwsels. Zie je die hoek daar, waar de toren tegen het huis aanleunt? Dat was vroeger een ware 'reuzen'toren, het soort dat je niet zomaar even mist - net even groter dan het ego van de gemiddelde middeleeuwse graaf, zeg maar. De oudste kern van het gebouw, uit de 13e eeuw, herken je aan het bakstenen blok dat haaks op de straat staat. Op de begane grond zitten daar nog bogen met spitsbogen en prachtig wit-rode randen. Later, aan het einde van de 13e eeuw, besloot iemand: “Waarom stoppen we niet een vleugel bij?” en voilà, zo werd deze Palazzo Catena steeds groter - als een burenruzie waarbij iedereen een muurtje optrekt. Maar aan wie hoorde dit alles eigenlijk toe? Ja, daar zijn de historici het nog altijd niet over eens. Sommigen zeggen: de Catena's! Vandaar de naam! Anderen roepen: “Nee, het waren de Partitá’s!” en weer een ander wijst naar de familie Monte, oude feodale heren met kastelen en verhalen vol mysterie en wellicht meer roddels dan waarheden. En als klap op de vuurpijl spraken rond 1600 zelfs de Alfieri’s van Magliano hier de scepter, een familie die niet vies was van een beetje bravoure. En dan die gevel! Zie je die imposante ogivale (puntvormige) entree daar? Stel je voor: een deftige dame in zijde, misschien wel Iginia d’Asti, de tragische heldin uit het toneelstuk van Silvio Pellico, sloft onder die boog door - haar hak blijft steken tussen de straatstenen, maar ze probeert toch waardig te blijven. Venus op de gevel, sterren, zodiaktekens en mysterieuze figuren wijzen je de weg omhoog. Alles wat je hier ziet, is uniek: de uit baksteen geboetseerde friezen met tekens die ooit bescherming moesten bieden tegen boze geesten en ongeluk - een middeleeuwse bless-you, zeg maar! Ga eens zachtjes naar het smeedijzeren hek van de oude fondaco (opslagruimte) boven die toegang. Ooit was dit een donkere, half ondergrondse ruimte waar wijn en graan werden verlopen, en op het plafond prijken nog steeds de wapenschilden van vergeten families. Denk je in: dikke zakken tarwe, rozenkransen, een stem van een handelaar die een beetje te hard onderhandelt, kinderen die stiekem door een raam koekeloeren. De toren die je ziet, is in de loop der eeuwen “afgevlakt” zodat hij niet te veel opviel tussen het huizenblok, maar ooit was het het trotse bolwerk dat het aanzien van de straat bepaalde. In de 15e eeuw dacht iemand: laten we niet te veel opvallen, en hup, toren omlaag! Kwestie van mode, he? Je weet zelf hoe dat gaat: de ene periode zijn hoge torens hip, de volgende wil iedereen gewoon gelijke dakgoten… En zo is het verhaal van dit paleis een beetje als een speurtocht vol geheimen en eigenzinnige keuzes. Soms was het een thuis voor armen, dan weer voor edelen, en altijd was er een schaduw van mysterie of een beetje drama, net als in een goede Italiaanse opera. Dus kijk nog eens goed: wie weet voel je wel een zachte bries en denk je heel even Iginia langs die boog te zien verdwijnen… Gefascineerd door de oorsprong, de structuur of de toren? Laten we erover praten! Ga naar het chatgedeelte voor meer informatie.
Open eigen pagina →Recht voor je zie je een explosie van energie: ruiters in kleurrijke pakken hangen gespannen over hun galopperende paarden, terwijl ze zonder zadel over het zand scheuren; als je…Meer lezenToon minder
Recht voor je zie je een explosie van energie: ruiters in kleurrijke pakken hangen gespannen over hun galopperende paarden, terwijl ze zonder zadel over het zand scheuren; als je even oplet aan de rand van het plein, tussen de tribunes en de wolk van opwaaiend zand, kun je het spektakel van het Palio van Asti praktisch horen én ruiken. Stel je eens voor: je staat hier in het kloppend hart van Asti, waar de lucht trilt van spanning en de menigte zo vol verwachting is dat het lijkt alsof heel de stad haar adem inhoudt... Het Palio van Asti, of zoals de Astigiani het vroeger noemden, het Palio Astese, is niet zomaar een paardenrace - nee, dit is een eeuwenoud feest met wortels die dwars door het middeleeuwse stof prikken. Ooit begonnen als een uitbundige viering voor beschermheilige San Secondo - alweer even geleden, zo rond het jaar 1000 - is deze race uitgegroeid tot hét moment waarop elke wijk, dorp en buurtschap mag laten zien wie de snelste benen én de grootste mond heeft. Het geluid van duizenden toeschouwers zwelt op, en stel je voor: - het geraas van hoeven op het zand echoot nu al eeuwen tussen de gebouwen van Asti. En trots zijn ze, die Astigiani! Anders dan Siena - waar ze hun Palio enkel zien als een paardenfeestje - hebben de mensen van Asti generaties lang gevochten om hun Palio te mogen houden, met in elk verdrag een passage over hun heilige race. Want wie niet meedoet, hoort er niet bij! Het begon allemaal buiten de stadsmuren, op het “curriculum”, het oude, ronde parcours over de plaats waar nu de Piazza Alfieri ligt. Toen kwam Gian Galeazzo Visconti, de grote bouwheer, die vond dat de stad eigenlijk wel een fortificationetje mocht hebben op die plek. Een Nederlander zou zeggen: “tóch jammer van die mooie racebaan,” maar de Astigiani dachten: “dan racen we gewoon de stad door!” En zo gebeurde het dat de Palio tot in de 19e eeuw dwars over de Contrada Maestra - het huidige Corso Alfieri - werd gerend, langs huizen, markten, en verbaasde ezels. Wat deze Palio in Asti zo bijzonder maakt? Allereerst galopperen de ruiters zonder zadel - dat vraagt nogal wat lef, balans en, laten we eerlijk zijn, een stevig portie gekkigheid. De winnaar? Die ontvangt een palio: een lang, donkerrood fluwelen doek, oorspronkelijk bedoeld als een soort Romeins “mantel”, maar uiteindelijk uitgegroeid tot hét felbegeerde symbool van eer, moed en buurttrots. In de Middeleeuwen kreeg je voor plek twee... een levende haan! Ja, een echte. Zin om thuis te komen met veren op je hoofd en kippen in je armen? In de zestiende eeuw kwamen daar prijzen als zilveren munten en, voor plek drie, een paar blinkende sporen bij. Voor de allerlaatste - de armzaligste “pechvogel” - is er slechts een gezouten ansjovis. Ja, je hoort het goed: wie laatste eindigt krijgt “de inchioda”, symbool van eerloosheid en een hard gelach van de buren. Maar het feest is zoveel meer dan alleen die doldwaze race. Al dagen van tevoren is de stad in rep en roer: grote historische optochten slingeren over de keien, vlaggenzwaaiers, muziek, kinderen verkleed als kleine ridders en jonkvrouwen. Op de dag zelf slaan de trommels, blazen de trompetten en trekt iedereen in stoet richting Piazza Alfieri. Daar, voor je neus, begint de strijd: drie heats van zeven deelnemers, allemaal ronkend van zenuwen, elk paard glanzend in de ochtendzon, elk ruiter met kleuren van zijn wijk op het lijf. De burgemeester mag de race pas officieel openen - en geloof me, dat doet hij plechtig, met gezwollen borst, want dit is serieuze zaak hier. Dan klinkt het startsignaal - “Mossa!” - en even later vliegen de eerste kluiten zand de lucht in, het gejoel stijgt, iedereen juicht voor z’n eigen wijk. En oh, die Palio leeft! Zo levendig zelfs dat er behalve de paardenrace elk jaar een aparte show is voor de vlaggenzwaaiers - het “Paliotto”. En als je geluk hebt, spot je zelfs de middeleeuwse sendallo, het met de hand beschilderde vaandel waarop San Secondo fier te paard is afgebeeld: symbool van hoop, vrijheid en volharding. Niet alles is altijd rozengeur en maneschijn - soms vindt er discussie plaats over dierenwelzijn en eerlijk spel, maar de stad zorgt inmiddels voor dikke zandlagen, strenge dierenartsen, en veilige hoeken in het parcours. Alles voor de paarden, alles voor het hart van Asti! Dus kijk om je heen, proef de energie van de menigte, voel het zand van de renbaan onder je voeten. Hier, waar traditie, competitie en volksplezier samenkomen, is de Palio van Asti nog altijd springlevend. Wie weet mag jij straks “Viva il Palio!” roepen, net als de rest. Maar let op: als je té hard juicht en je wijk wint niét, krijg je thuis misschien die geinige gezouten ansjovis bij je salade... Voor een beter begrip van de etymologie, de palio van asti in detail of de de "paliotto", neem contact met mij op in de chatsectie hieronder.
Open eigen pagina →Links van je, direct naast het pad, zie je een lange, rode bakstenen muur met boogvormige doorgangen-dat zijn de beroemde middeleeuwse muren van Asti, lastig om over het hoofd te…Meer lezenToon minder
Links van je, direct naast het pad, zie je een lange, rode bakstenen muur met boogvormige doorgangen-dat zijn de beroemde middeleeuwse muren van Asti, lastig om over het hoofd te zien! Stel je voor: het is de twaalfde eeuw, en het leven in Asti is allesbehalve saai. Hier, waar je nu staat, rees ooit een indrukwekkend fortificatiesysteem op uit het rode baksteen-een soort middeleeuws ‘super slot’-dat de stad beschermde tegen vijanden, die misschien net zo hard tegen de poorten bonsden als een Italiaan op een koffieautomaat op maandagochtend. Maar laten we bij het begin beginnen, en wel bij de oude Kelten en Liguriërs. Heel lang geleden bouwden zij op deze plek een ommuurde heuvelvesting, het beroemde ‘oppidum’. “Strategie!” zouden ze zeggen, “En zicht op de buren!” Toen kwamen de Romeinen en-natuurlijk-moest alles groter en planmatiger. Asti kreeg strakke straten, via maestra (nu Corso Alfieri) als hoofdader, en de stad ademde steeds meer Romeins zelfvertrouwen. Maar de gloriejaren hielden even pauze toen het Romeinse Rijk in elkaar donderde. Asti slonk, inwoners dropen af, en er werd haastig een bescheiden muurtje gebouwd om zich te beschermen tegen barbaarse indringers. Waarschijnlijk gingen die muren net zo snel omhoog als de prijzen van een espresso tegenwoordig! In deze tijd, zo rond de vierde eeuw, lag de focus vooral op de prestigieuze buurt rond de decumano, waar gebouwen stonden te pronken. En die muren, hoewel kleiner dan voorheen, werden zo stevig gebouwd, dat ze zelfs vandaag de dag nog op bepaalde plekken zichtbaar zijn tussen de moderne huizen. Springen we een paar eeuwen vooruit, dan zien we dat de macht steeds meer bij de kerk en het bestuur komt te liggen. In het Castel Vecchio, destijds een soort middeleeuws ‘hoofdkantoor’, lag het machtscentrum van stad en bisschop. En dat allemaal omgeven door muren die soms tot wel tien meter hoog waren! Deze muren werden in de loop van de tijd keer op keer verstevigd en uitgebreid. En bij uitbreiding hoort opscheppen: als je je stadsmuren niet zag vanaf de andere kant van de stad, deed je blijkbaar iets fout. In de gouden eeuw van Asti, de twaalfde en dertiende eeuw, knalden de bouwvakkers door tot er meer dan zeven kilometer muur stond, verdeeld over twee ringen. De binnenste ring-“het omhulsel van de nobelen”-beschermde de rijke elite, hun torens en paleizen. Alles strak in baksteen, bogen als kaken en torens als tanden. De poorten waren versierd; wie binnenkwam zag bovenop de deuren Mariabeelden, geflankeerd door St. Secondo en de beschermheiligen van de wijk. Tegenwoordig bestaat enkel nog Porta di San Giuliano, verstopt in het Santuario della Madonna del Portone. Maar er was nog een grotere ambitie: een tweede, buitenste muur om de groeiende buitenwijken (en hun markten en ambachtslui) een beschermd gevoel te geven. Alsof Asti zichzelf een tweede, dikkere jas aantrok tegen de kou van oorlog en chaos. De buitenste muur had lagere torens en minder poorten, maar was essentieel tijdens de veelvuldige belegeringen en schermutselingen-niet zelden moesten bewoners op zoek naar de dichtstbijzijnde poort om te schuilen of handel te drijven. In de veertiende en vijftiende eeuw, met de komst van de Visconti en de Savoia, veranderde het spel opnieuw. Nieuwe citadellen, forten en bastions verrezen bij de rivier Tanaro, terwijl andere delen van de muren afbrokkelden onder het geweld van kanonnen of werden hergebruikt voor versterking. Maar toen kwam Napoleon-en die dacht: “Weg met die ouderwetse zooi!” Hele fortificaties gingen tegen de vlakte, en nog later werden in de negentiende eeuw verschillende stukken muur omgetoverd tot lommerrijke promenades. Vandaag de dag is er van die ooit onneembare vesting nog een deel te bewonderen aan deze kant van de stad. Het baksteen ruikt soms een beetje naar geschiedenis, met groene klimop die er zijn eigen strijd levert. Het voelt alsof je op een tijdlijn loopt: de echo’s van strijd, macht, dagelijkse beslommeringen, en misschien zelfs van slapende wachters die de zonsopgang misten-iets wat hier vast nog weleens gebeurde. Dus kijk goed, luister naar de stilte die vroeger gevuld was met hoefgetrappel, luid gelach en misschien een scheldpartij van een mislukte verdediger… Want achter elk stukje muur schuilt een verhaal dat zelfs de dikste baksteen niet kan tegenhouden! Geïntrigeerd door het keltisch-ligurische oppidum en de romeinse expansie, van het late keizerrijk tot de vroege middeleeuwen of de de gemeente? Ga naar het chatgedeelte en ik geef je graag meer informatie.
Open eigen pagina →
Toon 12 stops meerToon minder stopsexpand_moreexpand_less
4Troyana-toren
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenKijk recht vooruit naar de opvallende, hoge vierkante bakstenen toren met brede boogramen en een spits dakje met een metalen piek: dat is de Troyana-toren, die zich naast het…Meer lezenToon minder
Kijk recht vooruit naar de opvallende, hoge vierkante bakstenen toren met brede boogramen en een spits dakje met een metalen piek: dat is de Troyana-toren, die zich naast het paleis aan de rand van piazza Medici bevindt. Stel je even voor, je staat nu aan de voet van de stoere 44 meter hoge Troyana-toren, ook wel bekend als de Torre dell’orologio, oftewel de toren van de klok. Ja, precies: hier in het hart van de stad heeft deze bakstenen reus al eeuwenlang alles gezien en gehoord. Ooit bouwden rijke families deze torens niet om hun was te laten drogen, maar om te laten zien wie hier de baas was! En aan het eind van de twaalfde eeuw begon de bouw van deze toren. Nou, de eerste eigenaren zijn in de nevelen der tijd verdwenen-of misschien houden ze gewoon niet van lege bakstenen... In het begin hoorde de toren waarschijnlijk bij een invloedrijke patriciërsfamilie, maar het duurde niet lang voordat de bankiersfamilie Troya hun fortuin - nee, niet in bitcoins maar in klinkende munt - gebruikte om de toren af te maken. Rond 1250 voegden ze die mooie grote boogramen toe, en tussen 1260 en 1280 kreeg de toren haar indrukwekkende kantelen aan de bovenkant, zoals je nu ziet. Een beetje prestige laten zien, zeg maar. Je kijkt nu eigenlijk naar een soort middeleeuwse "skyline statement". Maar wacht, het verhaal krijgt nog een twist! In de vijftiende eeuw werd deze toren eigendom van de familie Asinari. Zij besloten het klokmechanisme te installeren, een beetje zoals een moderne smartwatch, maar dan voor de hele stad. De klok was de baas: ze gaf aan wanneer de stad naar bed moest, wanneer de scholen opengingen, en wanneer de winkels dicht moesten. Stel je eens voor dat iedereen hier tegelijk zijn marktkraam begon op te ruimen als die klok bewoog! In de middeleeuwen klonk de zware bronzen bel luid over de straten van Asti, soms het enige lawaai in de stille avondlucht. Maar daar stopte het niet… Ooit werden er zelfs straffen in het openbaar uitgevoerd op het plein hier, terwijl de klok het ritme van de dag en nacht aangaf. Even oppassen dus als je te laat op het plein kwam-je wilde hier liever geen straf vangen. Door de eeuwen heen veranderde de functie van de toren steeds. Na de komst van de hertogen van Orléans werd hij het centrum van de macht in de stad - de gouverneur sprak vanuit zijn ramen boven de mensen uit, terwijl beneden de handelaren in alle haast hun laatste koopwaar verkochten. In 1560 schonk Emanuele Filiberto van Savoye de toren definitief aan de stad Asti, dus als je straks je vrienden belt dat je in de Troyana-toren staat, kun je trots zeggen dat je bij het stadsbezit hoort! Laten we het niet vergeten: de bel in deze toren is een ware gigant. Met een doorsnee en hoogte van 1,20 meter en een gewicht van bijna 1.400 kilo, is hij niet alleen oud (uit de zestiende eeuw), maar ook de oudste nog actieve uurbel in Piemonte. Elk uur krijg je hier dus een stukje geschiedenis gratis te horen. Op de bel zijn prachtige gotische inscripties te vinden, net als afbeeldingen van aartsengel Michaël, de Madonna met kind, en het wapen van de stad Asti. Geloof het of niet, zelfs nu nog klinkt zijn toon helder over de daken van Asti en blijft zo iedereen in het gareel. In de twintigste eeuw kreeg onze toren eindelijk wat liefde: de boogramen werden weer geopend na eeuwen dichtgemetseld te zijn, en de muren zijn stevig gerestaureerd-alsof je opa eindelijk naar de spa mocht. Dus, terwijl je hier staat, kijk omhoog naar die trotse toren. Stel je voor dat iedere klokslag niet alleen de tijd, maar ook eeuwen van verhalen, schandalen, marktplezier en middeleeuwse spanning door de straten jaagt. Een stukje Asti dat al bijna duizend jaar alles ziet... en alles hoort. Misschien hoor je de bel straks luiden - en als je even niet oplet, krijg je misschien zelf nog een verrassing uit de middeleeuwen! Voor meer inzichten over de architectuur, de constructie of de de bel, voel je vrij om naar de chatsectie hieronder te navigeren en te informeren.
Open eigen pagina →
5Stadspaleis
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenRecht voor je zie je een indrukwekkend wit paleis met balkons vol kleurrijke vlaggen en een grote klok in de gevel - kijk dus vooral naar het statige gebouw met de sierlijke…Meer lezenToon minder
Recht voor je zie je een indrukwekkend wit paleis met balkons vol kleurrijke vlaggen en een grote klok in de gevel - kijk dus vooral naar het statige gebouw met de sierlijke versieringen boven de deuren, precies aan het plein. Stel je eens voor hoe het hier eeuwen geleden moet zijn geweest, toen galopperende paarden en hobbelende karren het klinkerplein vulden, en marktlui hun stemmen verhieven over het geroezemoes. Je staat nu bij het Stadspaleis van Asti, of zoals ze het hier noemen: Palazzo Civico, het bonkende hart van de stad. Maar, eerlijk: ooit was dit gebouw allesbehalve imposant - het begon in de twaalfde eeuw zelfs met een bescheiden huisje voor een stel stadsconsuls. Kun je ze al zien, met hun dikke mantels, zenuwachtig vergaderen in een ruimte waar het tochtte langs het ruwe steen? Langzaamaan groeide het gebouw. In 1197 - jawel, Asti was lekker ambitieus - moest er een 'grotere' zaal bijkomen, want het stadsbestuur kon niet meer met z’n allen in één ruimte. In 1295 was het hier zo gezellig tijdens een stadsraad, dat er meer dan 300 inwoners samenkwamen. Dertig meter breed was het gebouw, dat is bijna zo groot als een flinke frietkraam... of nou ja, een hele lange rij ervan! Het gebouw stond altijd direct naast de trots van de stad: de San Secondo-kerk, gewijd aan de beschermheilige van Asti. Alles draaide hier om stadsbestuur, markten, gekonkel, én politiek gekonkel uiteraard. Dankzij handelsgeest en slimme knowhow bouwden ze rondom portieken, bogen en gewelfde plafonds - als ware miniatuurkathedralen - die nu soms nog zichtbaar zijn, verstopt in de kelder van het paleis. Maar, zoals het in goede verhalen gaat, was het niet altijd rozengeur en manenschijn. In de veertiende eeuw kwam er een heuse toren bij, compleet met het allereerste stadsklokje. Maar op een noodlottige winteravond in 1680 klonk er opeens een bulderende dreun... De toren stortte in, stenen vlogen, en een deel van het stadshuis verdween in het stof - letterlijk. Daarna raakte het paleis in verval. Stelt u zich eens voor: het trotse stadshart werd langzaam een geparkeerdeoase voor ezels, muilezels, en zelfs paarden. In plaats van stadsbestuur hoorde je hier hoefgetrappel en het vrolijke geroep van staljongens. En het enige wat nog rapper verdween dan de grandeur, was de hoop op snel herstel… want de stad had niet eens genoeg geld om alles te herstellen. Toen gebeurde er iets bijna sprookjesachtig: de hertog van Savoye, Emanuele Filiberto, was Asti goedgezind en schonk in 1558 het stadspaleis terug aan de inwoners. De winkeliers die hun zaakje hadden geplakt aan het noorderdeel van het gebouw, moesten in ruil daarvoor helpen met het onderhoud. Een win-win avant la lettre! Maar Asti was weer niet gezegend met veel geluk. Bij financiële drama’s, rechtszaken over dure paleizen en een vette economische crisis in de achttiende eeuw vroegen de burgemeesters zich af: hoe komen we hier ooit weer uit? Gelukkig bestond er zoiets als geniale architecten. En wie verscheen als een soort barokke superman? Benedetto Alfieri. Niet alleen jurist, maar ook autodidact meester in beton en baksteen. Alfieri tekende in 1740 de plannen voor het nieuwe stadspaleis: met een monumentale trappenpartij (4 trappen! Tel ze gerust als je binnenkomt), statige zalen, en natuurlijk het balkon voor als de burgemeester iets te melden heeft. Let op de gevel: die is strak, koel, bijna een beetje Duits… maar de vensters hebben typisch speelse versieringen die zo passen bij het elegante Asti. Binnen zijn er fresco’s op het plafond van Paolo Arri, schilderijen van beroemde lokale helden en zelfs een eeuwenoude maattabel waarmee vroeger werd gecontroleerd of bakstenen écht bakstenenformaat hadden. Jawel, de Italiaanse bureaucratie heeft diepe wortels! Dwaal je verder door het paleis, dan kun je in het trappenhuis vier grote medaillons spotten, gewijd aan Asti’s beroemdste zonen: architecten, schrijvers, kunstenaars en - niet vergeten - meester-ebenisten. Het paleis is er vol van trots en verhalen, zelfs het oude marktplan van 1682 staat aan de muur geschilderd. Hier hangt het verleden letterlijk aan elke steen. Dus, als je het zachte gefluister hoort van discussiërende stadsbestuurders, het gekletter van hoeven over oude kiezels, en het gegons van eeuwen aan roddels, dan weet je: je staat in het echte centrum van Asti’s geschiedenis. Wat een plek, hè? Als die muren eens konden praten… wacht, volgens mij doen ze het al een beetje! Om dieper in te gaan op de bronnen, verval van het gebouw of de schenking van savoye, laat je vraag achter in de chatsectie en ik zal meer informatie geven.
Open eigen pagina →
6Palazzo del Podestà
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenHet Palazzo del Podestà is een opvallend middeleeuws gebouw van rode bakstenen, met hoge ramen in wit-rode bogen: kijk gewoon rechtdoor waar de twee straten samenkomen, dan zie je…Meer lezenToon minder
Het Palazzo del Podestà is een opvallend middeleeuws gebouw van rode bakstenen, met hoge ramen in wit-rode bogen: kijk gewoon rechtdoor waar de twee straten samenkomen, dan zie je dit trotse, rechthoekige paleis meteen! Stel je voor: je staat nu aan het kruispunt van Via dei Cappellai en Via Incisa, midden in het middeleeuwse hart van Asti. Het Palazzo del Podestà torent hier al sinds de dertiende eeuw boven de straatjes uit, als een stille wachter van baksteen en tijd. Je hoort misschien het zachte geroezemoes van de markt - stel je even voor dat je terug bent in de middeleeuwen. Mensen lopen haastig heen en weer, de lucht ruikt een beetje naar vers brood, kruidige wijn en, tja, misschien niet altijd even fris - het was tenslotte de dertiende eeuw! Nu, leuk detail: dit paleis wordt al eeuwenlang Palazzo del Podestà genoemd, maar wist je dat dat eigenlijk een vergissing was? Ja, astrologen, eh… historici als Gabiani dachten dat hier vroeger de stadspodestà woonde (dat was zoiets als de stadsbaas), maar die arme man woonde gewoon bij de mensen thuis of naast de Collegiata van San Secondo. Dit gebouw was meer het derde gemeentehuis van Asti, het centrum van praktische zaken. Een soort stadhuis, maar dan met minder papierwerk en veel meer middeleeuwse drama! Het gebouw zelf is een waar doolhof van tijden en verhalen. In de begindagen was het een praktisch paleisje, dicht bij de markt van San Secondo, je hoefde alleen maar de straat uit te rennen als je vergeten was brood te halen. Vanaf 1254 werd het zelfs vastgelegd met de mysterieuze naam “volte del Santo”. En tegen het einde van de dertiende eeuw verscheen er voor het eerst een “palacium novum comunis” - tijd voor het grote leven, want het nieuwe stadspaleis was geboren! Jaren, eeuwen zelfs, liep hier het drukke stadsbestuur rond, en men fluisterde over geheime plannen voor feestjes, handel en - wie weet - een beetje gekonkel. Binnen, mocht je ooit een blik kunnen werpen, vind je een indrukwekkende vierhoekige pilaar van baksteen die als een soort stevige danser alle gewelven draagt. De gewelven hebben de vorm van trapeziums, verbonden met stenen sleutels. Eén daarvan draagt een gebeeldhouwde gekroonde adelaar: of dat zomaar decoratie was, of een geheime verwijzing naar een middeleeuwse kantoorbaan, laten we even in het midden! Een andere sleutelsteen toont een massieve kruisvorm, een kruising tussen geloof en macht. Verder onder het gebouw zit een oude kelder, ooit vol met zout of graan - geen wijnkelder, helaas! Maar stel je voor hoe burgers, schuilend voor de regen, afdaalden naar het koele donker om het kostbare gemeentezout te halen. Want zout was in die tijd net zo waardevol als goud… en bovendien smakelijker op de frietjes. Het paleis werd gebruikt tot in de zestiende eeuw als hoofdkantoor van de stad. Daarna kwam de notarissecretarie erin, en in 1810 werd het eigendom van de heer Fautrier Pietro - schijnbaar de eerste inwoner die erin slaagde de energierekening op tijd te betalen. Tegen het einde van de negentiende eeuw streken hier de ambtenaren van de gasverlichting neer, en het paleis bruiste even van elektrisch enthousiasme. Dus terwijl je daar nu staat, kijk omhoog en stel je voor hoe generaties Astigiani, marktbazen, klerken, en misschien zelfs een verdwaalde kip door deze deur zijn gelopen. Dit paleis heeft alles overleefd: misverstanden, marktverplaatsingen en zelfs het tijdperk van de gaslamp! En jij, tja, jij hoeft alleen maar te glimlachen - je hebt het nu gezien!
Open eigen pagina →
7Sinagoga e Museo Ebraico
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenKijk recht voor je: je ziet een statig, zalmroze gebouw met hoge ramen, stevige stenen zuilen bij de deur en - niet te missen - een mooi gespikkeld hekwerk dat het hele terrein…Meer lezenToon minder
Kijk recht voor je: je ziet een statig, zalmroze gebouw met hoge ramen, stevige stenen zuilen bij de deur en - niet te missen - een mooi gespikkeld hekwerk dat het hele terrein streng bewaakt, alsof het je alvast wil vragen: “Heb jij wel een kaartje?” Welkom bij de Synagoge en het Joods Museum van Asti, een plek waar geschiedenis niet alleen in boeken leeft, maar ook in muren, geuren en herinneringen. Stel je even voor dat je hier staat in de 17e eeuw, geurend naar versgebakken brood - niet van een bakker, maar uit een van de Joodse gezinnen die aan de smalle straatjes woonden. De meeste Joden in Asti kwamen in de 16e eeuw naar deze stad, op de vlucht na de grote uittocht uit Spanje in 1492. Sommigen kwamen uit Frankrijk, anderen uit het koude Rijngebied, allemaal op zoek naar een plek waar ze rustig hun leven konden leiden én, zoals ze vast dachten, gewoon hun thee warm konden houden zonder dat de buren zich ermee bemoeiden. Deze buurt, Via Ottolenghi, was vroeger het kloppend hart van de Joodse gemeenschap. Denk aan drukke gesprekken tussen straten, geheime recepten die van moeder op dochter werden doorgegeven en kinderen die tikkertje speelden tussen de steegjes. Midden in deze wijk verrees toen al een synagoge - niet zomaar een gebedshuis, maar het epicentrum van het hele leven. Hier werd niet alleen gebeden, gehuwd en getroost, maar ook geruzied en gelachen. “Hé Benjamin, je hebt nog steeds mijn kaarsenstandaard niet teruggebracht!” zou zomaar een kreet daar kunnen zijn geweest. De eerste officiële vermelding van de synagoge stamt uit 1601, toen de bisschop van Asti zich hardop beklaagde dat het gebouw wel erg dicht bij de kerken stond. Tja, wat is dichtbij? Vanaf dat moment begon de synagoge zijn plek in het stadsleven te claimen, opgebouwd uit de bijdragen van families zoals de Artom en de Ottolenghi, die niet alleen geld schonken, maar ook hun hoop op een veilig thuis. Stap nu in gedachten even naar binnen. Achter de eenvoudige neoklassieke gevel - vier sierlijke Ionische zuilen, een sober portaal, zoals je nu rechtstreeks kunt zien - ontvouwt zich een wereld vol details. Een brede vestibule leidt je naar het kleine tempeltje, waar de muren getooid zijn met gedenkstenen, elk met een eigen verhaal. Draai je naar rechts, en daar is de trap naar het ‘matroneum’ - de speciale loge voor vrouwen, want vermenging tijdens de dienst, dat mocht vroeger écht niet; een beetje privacy moest kunnen. Zet een stap verder en je staat in de grote zaal, verdeeld in drie schepen met tongewelven en een kleine koepel in het midden. Probeer niet op de banken te gaan zitten zonder naar de naamplaatjes te kijken! Elk bankje van massief notenhout had zijn eigen koper plaatje - ja, wie wat wilde, moest betalen. Het verkocht bankje was een van de bronnen van inkomsten: een vroeg soort ‘vaste klant’ korting, zeg maar. Maar het mooiste stukje vind je aan de achterkant, het presbyterium. Daar staat de Aròn, het heilige pronkstuk. Stel je een wandkast van goud en houtsnijwerk voor, acht panelen met elk hun symbool: de zevenarmige kandelaar, de Ark des Verbonds, de tafel met twaalf broden, het altaar met eeuwige vlam. Zelfs een hand die in een schaal water giet komt voorbij - genoeg symboliek om je een hele ochtend aan te vergapen. En dan, naast de synagoge, het kleine rijke museum. Hier ligt een verzameling bijzondere voorwerpen: de Chanukkiah, met zijn vrolijk sprankelende acht (plus één) vlammetjes, het imposante ramshoorn ‘Shofar’, en de ‘Ner tamid’, een altijd brandende zilveren lamp die de eeuwige aanwezigheid van het goddelijke markeert. Vergeet ook het ‘Tevah’, het schitterende lezenaar waar de Torah op werd uitgerold, niet. Elk object vertelt van feest, verdriet, verwachting. Een bijzonderheid hier is het ‘ritueel van Asti’ ofwel het Appam-ritueel. Het dankt zijn naam aan Asti, Fossano en Moncalvo - drie steden, drie gemeenschappen, één melodieus geluid. Hier werden unieke gebeden en melodieën gezongen, zo speciaal dat Leo Levi ze in 1955 opnam, bang dat ze anders zouden verdwijnen, zoals een broodje in de synagoge na een lange dienst. Dus, als je straks een stap verder zet, weet dan dat je niet alleen kijkt naar een gebouw, maar naar een plek waar eeuwen van zoektocht, hoop, samenkomst en zelfs strijd weerklinken. En mocht de zware deur even piepen als je binnen kijkt: dat is niet de wind, maar misschien een echo uit het verleden die je vriendelijk begroet met “Shalom!” Benieuwd naar de joden in asti, de synagoge in detail of het het museum? Voel je vrij om het verder te bespreken in de chatsectie hieronder.
Open eigen pagina →
8Gazzelli-toren en -paleis
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenRechts voor je zie je de imposante, donkerrode bakstenen toren die hoog boven de straat uittorent-dit is de Gazzelli-toren, onmiskenbaar te herkennen aan zijn forse, gesloten…Meer lezenToon minder
Rechts voor je zie je de imposante, donkerrode bakstenen toren die hoog boven de straat uittorent-dit is de Gazzelli-toren, onmiskenbaar te herkennen aan zijn forse, gesloten wanden en het geringe aantal ramen. Stel je even voor, je staat hier in het hart van Asti, waar ooit de stemmen van marktlui, de klanken van paardenhoeven op kinderkopjes en het gelach van adellijke families over de straat galmden. De Gazzelli-toren en het paleis naast je, op de hoek van via San Martino en via Quintino Sella, vormen samen een plek vol mysteries, verhalen en een flinke snuf nobele allure. Maar pas op, de toren kijkt al eeuwen streng uit over de stad - volgens de lokale legende kon hij met zijn schaduw zelfs de tijd voorspellen... of nou ja, dat vertellen ze de kinderen hier graag. Dit gebouw zoals je het nu ziet, is het resultaat van eeuwen aanpassingen. Oorspronkelijk waren het losse middeleeuwse huisjes - denk aan kleine, robuuste gebouwen uit verhalen van ridders en geheime passages. In de loop van de tijd werden deze huizen samengevoegd tot één groot paleis, en pas na 1726 kreeg het dankzij de familie Cotti di Ceres zijn barokke uitstraling. Daarvoor was het eigenlijk een soort “architecturale puzzel”: iedereen bouwde er een stukje bij. Binnen vind je nog steeds de pracht van de achttiende eeuw: prachtige houten wandbekleding met goudkleurige lijsten en indrukwekkende plafonds. Maar de echte pareltjes zijn de schilderingen in één van de grote zalen, die als het ware het hart van Asti laten kloppen. Daar zie je namelijk zestien scènes van de Palio di Asti - het legendarische paardenrennen waar Asti beroemd om is! Je ziet er de spanning voor de race, het feestgedruis bij de overwinning, het vuurwerk op het plein van San Secondo, en zelfs de trotse winnaars die hun prijs komen aanbieden aan de kerk. Stel je de kakofonie van trommels, het gejuich van de menigte en de geur van wierook voor. Het is bijna alsof je zelf even terug in het jaar 1758 bent, toen de familie Cotti di Ceres met hun paard de eerste prijs won. Zou het toeval zijn dat de schilderijen juist dát jaar zijn gemaakt? Of was het gewoon ijdelheid? Ach, laten we zeggen: een gezonde dosis aristocratische trots! En dat is nog niet alles: de gerestaureerde toren, waar je nu tegenaan kijkt, is gebouwd rondom 1280. Met een voet van ruim acht meter breed en nauwelijks ramen - behalve een poortje met bakstenen en tufsteen - is het net een middeleeuwse verdedigingsmachine. De versieringen van donkere en lichte bakstenen zijn typische ‘Asti-vlaggetjes’. Als je goed kijkt, zie je de decoraties die als schilden op de toren zijn aangebracht, bedoeld om vriend van vijand te onderscheiden. In de loop der tijd hebben verschillende adellijke families, waaronder de Ponte’s en later de Gazelli’s (vanaf 1840), hier hun stempel achtergelaten. Zelfs waar wie de allereerste eigenaar was, blijft tot op heden een raadsel - een heerlijk middeleeuws mysterie dat je zelf mag invullen. En nu, stel je eens voor dat je het smeedijzeren hek doorgaat richting het enige historische botanische stadstuintje van Asti. Plots sta je, vanuit de drukte van de straat, in een oase van rust: een vierkant tuintje met in het midden een trompe-l'oeil schildering, volwassen kersenboom, rode spar en een majestueuze sofora. Om het geheel staan geurige bloeiende heesters - rozen, calicanten, forsitia’s en lila - en twee gesnoeide buxushagen. Als je diep inademt, ruik je het parfum van bloesem gemengd met oude stenen en geschiedenis. Hier, tussen de muren waar ooit geheimen werden gefluisterd en vuurwerk werd bekeken, laat het paleis zich misschien wel het beste samenvatten: een plek van triomf én mysterie, waar schoonheid, spanning en traditie samenkomen. Dus pak je moment, maak een foto van deze trotse toren, en wie weet - misschien voel je het oude Asti nog steeds een beetje trillen in de lucht! Wil je meer weten over de oorsprong, het paleis of de toren? Laat uw vragen achter in het chatgedeelte en ik zal u de details verstrekken die u nodig heeft.
Open eigen pagina →
9Church & sanctuary of Our Lord, Gate of Paradise
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenJe ziet nu een indrukwekkende kerk opduiken voor je, met zijn felrode bakstenen muren, vrolijk afstekende witte zuilen, en meerdere koepels die als grijze helmen de hemel in…Meer lezenToon minder
Je ziet nu een indrukwekkende kerk opduiken voor je, met zijn felrode bakstenen muren, vrolijk afstekende witte zuilen, en meerdere koepels die als grijze helmen de hemel in priemen-om hem goed te spotten kijk je naar het grote gebouw aan je rechterkant, met rondom beelden van heiligen bovenop de façade en de woorden ‘PORTA PARADISI’ trotseer je niet. Welkom bij het Santuario della Beata Vergine del Portone, of zoals de locals haar liefdevol noemen: de Madonna del Portone! Zet je maar schrap, want dit heiligdom zit vol bizarre verhalen, eeuwenoude vetes en een flinke dosis mystiek. Stel je even voor dat je in de middeleeuwen door deze wijk wandelt, waar de geur van vers brood dwarrelt uit de straatjes en af en toe het gehinnik van een paard klinkt. Je loopt hier langs een stadsmuur-ja, waar jij nu staat, liep in de veertiende eeuw de tweede verdedigingsmuur rondom de stad Asti. Elke wijk, of ‘borgo’, had zijn eigen poort naar de stad en boven elke poort pronkte een afbeelding van Maria, geflankeerd door beschermheiligen. Hier, aan de Porta di San Marco, zag je een prachtig fresco van de Madonna met kind tussen de heiligen Marco en Secondo. De mensen in Asti waren zo dol op dat fresco dat het al snel een pelgrimsoord werd. Mensen uit heel Piemonte kwamen bidden, kaarsjes aansteken, soms met het idee dat een beetje Maria-magie nooit kwaad kan. Je mag best weten: het verkeer van bedevaarders gaf flink wat leven in de brouwerij! In de 17e eeuw ontstond het briljante idee om een houten balkon te bouwen zodat je nog dichter bij het heilige plaatje kon komen. Want wie wilde nou níet een selfie met Maria op Instagram delen, toch? Helaas, Instagram bestond toen nog niet. Toen, in 1689, vond het stadsbestuur dat zo’n prachtig beeld recht had op een eigen heiligdom, een echt tempeltje! Klinkt goed, maar de karmelieten uit de buurt waren niet blij: stel je voor, nóg een kerk in hun achtertuin! Ze renden naar de burgemeester én naar de pauselijke nuncius van Turijn: “Dit levert alleen maar overlast op!” Er ontstond een ruzie die maanden duurde, met inspecties, geharrewar, en, jawel, geheime blikken over schuttingen. Maar op een ochtend sloeg het noodlot toe: een onbekende pleegde vandalisme op het fresco van de Madonna en het kind. Wat een schok! De hele stad stond op zijn kop en de karmelieten werden direct verdacht. Om de gemoederen te kalmeren, gaven ze het verzet op en liet de stad het heiligdom eindelijk bouwen. In 1690 stond er een kapel, en een paar jaar later werd die uitgegroeid tot een volwaardig rechthoekig heiligdom, compleet met vier ramen-waarvan je er nu nog twee ziet. De muren werden bedekt met votiefschilderingen: je zou er een dagtaak aan hebben om ze allemaal te bekijken! Rond 1900, tijdens het Heilig Jaar, werd besloten dat het tijd was voor een upgrade. Heel Asti werd uitgenodigd om bij te dragen-niet met likes zoals tegenwoordig, maar met klinkende munten-en voilà, het nieuwe, grote heiligdom ontstond onder leiding van een ingenieur uit Bologna. In 1912 werd deze plek plechtig ingewijd. Het was een groot feest; de zondag erop werden meer dan zevenduizend (!) communies uitgedeeld. Je zou haast denken dat er gratis ijsjes werden uitgedeeld. En wist je dat Paus Johannes Paulus II hier in 1993 nog een bezoek bracht? Sindsdien hangt er een bijna magische sfeer. De architectuur, die je nu bewondert, ademt een mix van romaans en Byzantijns, met drie schepen, imposante koepels en kapellen, en natuurlijk die hoge, gouden Mariabeeld bovenop het dak-alsof ze over de stad waakt. Vergeet ook de mysterieuze steen niet! Achter de kerk is een trap, ooit onderdeel van de oude stadspoort, waar je halverwege een ‘Ecce Homo’ ziet-en daar vlakbij, een ordinair steentje. De legende zegt dat een godslasteraar ooit die steen tegen Maria’s beeltenis gooide. Maar Maria dacht: “Mooi niet!” en keerde de steen terug in de muur, waar die nu nog zit. Dus, mocht je ooit in de verleiding komen om je steentje bij te dragen... misschien beter een kaarsje aansteken! En mocht je na al dat avontuur moe zijn: achter de kerk is een rustig park waar een levensechte namaak van de grot van Lourdes staat te glanzen. Hier eindigt ons verhaal bij de Madonna del Portone, een plek vol geschiedenis, drama, wonderen, én een tikje humor. Doorlopen maar, er wachten nog meer schatten op je! Voor een beter begrip van de bronnen, het grote heiligdom of de architectuur, neem contact met me op in de chat hieronder.
Open eigen pagina →
10Malabaila-paleis
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenKijk recht voor je, naar het zachte gele gebouw met een indrukwekkende, rijk bewerkte zandstenen boog: dit is het Malabaila Paleis, makkelijk te herkennen aan het statige portaal…Meer lezenToon minder
Kijk recht voor je, naar het zachte gele gebouw met een indrukwekkende, rijk bewerkte zandstenen boog: dit is het Malabaila Paleis, makkelijk te herkennen aan het statige portaal en de details in het steenwerk boven de houten deur. Stel je even voor… Je staat hier, op een gewone dag in via Mazzini, en ineens lijkt het of je vijfhonderd jaar terug in de tijd wordt gezogen. Achter deze dikke muren klonk ooit het gelach en geroezemoes van hertogen, koningen en misschien zelfs wat nerveuze bedienden die de tafels afstoffen. Dit paleis, Malabaila genaamd-of voor de vrienden: ‘Malabayla’-is niet zomaar een huis, maar hét grootste renaissancistische paleis van heel Asti. De bouw begon in 1494, een jaar waarin het in Asti opeens vol liep met sjieke mensen en Franse plannen. Alessandro Malabaila, een slimme en ambitieuze man met behoorlijk koninklijke connecties, wilde Luigi XII-jawel, de toekomstige Koning van Frankrijk-een vijfsterrenaccommodatie bieden. Hij kocht dus een hele sloot middeleeuwse huizen, gooide ze op één hoop en bouwde er een paleis op neer waarvan je kaak vanzelf omlaag zakt. En ja, Luigi XII vond dat blijkbaar wel fijn: toen hij zijn oog op het nabijgelegen hertogdom Milaan had laten vallen, gebruikte hij dit paleis als luxe uitvalsbasis. Lijkt me best relaxed, tussen veldslagen door gewoon lekker een Franse leunstoel in Asti. Let extra op als je naar het portaal kijkt, met die krullerige ijzers en kunstig bewerkte zandstenen zuilen. Hierboven prijkte vroeger het trotse wapen van de Franse koning, gedragen door twee engelen, en de mascotte van Luigi XII-een keiharde, stekelige... egel! Ja hoor, een egel. Niet bepaald het dier dat je verwacht in een koninklijk wapen, toch? Ik stel me voor dat het gesprek zo ging: “Luigi, wat dacht je van een leeuw?” “Nee, ik wil een egel. Lekker stekelig, iedereen blijft uit m’n buurt...” Humor had hij. Nu zijn deze symbolen helaas verdwenen, maar als je goed kijkt, zie je nog steeds het familiewapen van de Malabaila in steen uitgehakt naast de poort. De grootheid van dit gebouw ging trouwens verder dan wat je nu aan de straat ziet. Achter het hoofdgebouw lag ooit een lange galerij met dubbele renaissancebogen, gedragen door stoere zuilen van steen, en verder naar achter stond zelfs een toren waar de bedienden heen en weer trippelden over de wenteltrappen. Voor het paleis lag een Italiaans tuintje vol geurende kruiden en vrolijke bloemen, terwijl achter het gebouw allerlei woonhuizen en stallen verstopt zaten. Tijdens drukke dagen kon het hier krioelen van de adellijke bezoekers-van de heren van Mantua tot de hertogen van Ferrara en zelfs ambassadeurs uit heel Italië. Chroniqueur Jean d’Auton beschrijft hoe Luigi XII in 1502 en 1507 hier zijn hof hield. De volgende gastheer was Gerolamo Malabaila, de neef van Alessandro, die het stokje overnam na zijn dood. Men zegt dat zelfs koning Frans I-vers terug uit de strijd bij Marignano-hier over de drempel stapte. Maar niet alles bleef rozengeur en maneschijn. Na de val van de Franse macht en financiële rampspoed voor de Malabaila’s, begon ook dit paleis stilaan stuk te gaan. Luxe meubels verdwenen, plafonds met gedraaide initialen werden ontmanteld, en tegen de tijd dat de achttiende eeuw aanbrak, was Malabaila Paleis zelfs even een kazerne geworden. Uiteindelijk werd het verkocht aan Giacomo Valpreda, een lokale grootgrondbezitter die er een ‘grondige renovatie’ op los liet. Vaak betekende dat: mooie ornamenten en symbolen eraan, hop, afgesloopt. Toch, en dat vind ik magisch, als je nu voor de poort staat, proef je nog de grandeur van het oude Asti-met die Bramante-achtige gevel, grote ramen met kruisvensters en schelpmotieven bovenin, allemaal kleine knipogen naar de mode uit Parijs van toen. De portiek is eigenlijk een kunstwerk op zich, met kandelaars en plantaardige motieven in het zandsteen, voor wie nog houdt van een beetje middeleeuwse drama. Dus als je ooit een koning wil spelen, of gewoon nieuwsgierig bent naar dat tikkeltje Franse glorie in het hartje van Asti, moet je hier absoluut blijven staan… En wie weet: misschien voel je, als de wind even goed zit, nog heel zachtjes het gefluister van oude paleismuren vol verhalen. Voor een beter begrip van de de constructie, koninklijke verblijven of het verval van het paleis, neem contact met me op via de chat hieronder.
Open eigen pagina →
11Museo Alfieriano nel Palazzo Alfieri
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenKijk recht voor je: het Palazzo Alfieri herken je aan de lange, statige gevel die grauw-wit afsteekt tegen de straat, met hoge ramen en een sierlijk balkon boven de zware houten…Meer lezenToon minder
Kijk recht voor je: het Palazzo Alfieri herken je aan de lange, statige gevel die grauw-wit afsteekt tegen de straat, met hoge ramen en een sierlijk balkon boven de zware houten deur - bijna alsof het gebouw zelf net een lofzang wil declameren! Stel je voor dat je terug bent in de 18e eeuw. De straten van Asti klinken van hoefijzers op de keien, de lucht ruikt naar verse broodjes van de bakker om de hoek, en midden op deze boulevard torent het indrukwekkende Palazzo Alfieri. Maar pas op, want achter deze heuvelachtige façade schuilt een waar verhaal dat helemaal niet zo statisch is als het op het eerste gezicht lijkt! Dit gebouw begon ooit als een groep middeleeuwse huisjes, bij elkaar geraapt, bijna als een studentenhuis dat te lang niet is opgeknapt. Dan, rond 1696 - het jaar van pruiken en poeder, remember - komt de familie Alfieri in beeld. Zij kopen het pand op én besluiten in 1736 dat het tijd is voor een make-over. Dat doen ze zo grondig en chique dat zelfs een architect met de fantastisch dramatische naam Benedetto Alfieri erbij wordt gehaald. Ja, familie van... jawel: Vittorio Alfieri, de beroemde dichter! Die wordt hier zelfs geboren, in een kamer die nog steeds te bezichtigen is - stel je voor dat die muren konden praten, ze zouden je misschien een paar van zijn sonnetten influisteren. Binnen is het alsof je een theater op loopt: eerst een atrium als de foyer, dan een monumentale trap rechts, en links een vleugel van wel 22 meter lang! En het mooiste? Na het atrium sta je opeens in een spectaculaire binnenplaats, met muren die samenkomen in een soort mini-Amfitheater. De lichte echo van voetstappen daarbinnen maakt het bijna magisch. Ook nieuwsgierig: er waren geheime deurtjes, eentje naar het zijvleugel, en eentje naar de tuin. Je zou bijna verwachten dat ergens toch nog een dichter zit weg te dromen... Vittorio Alfieri bracht hier zijn eerste vijf jaar door - stel je de kleine Vittorio voor die langs de hoge ramen rent, misschien zelfs stiekem snoep jat uit de keuken in de kelder. In de koele gewelfde kelder was niet alleen een keuken, maar ook een beroemde wijnkelder, gewoon "de witte wijn-kelder" genoemd. Er hadden bakstenen wat te vertellen! Maar de tijd rijdt verder en het palazzo verandert van eigenaar en uiterlijk, vooral in de negentiende en twintigste eeuw. De Colli di Felizzano-familie woonde er, nadat Marianna Cristina Canalis, dochter van Vittorio’s zus, trouwde met een graaf (ja, het klinkt allemaal heel Downton Abbey-achtig). Later wordt het eigendom van de gemeente, dankzij graaf Leonetto Ottolenghi - deze man vond dat Asti wel iets bijzonders verdiende en schonk het gebouw, op één voorwaarde: maak er een plek van voor cultuur, studie en herinnering. Fast forward naar nu: na talloze renovaties is het palazzo een museum, gewijd aan - wie anders - Vittorio Alfieri. Je vindt er zijn originele meubels, prenten, toneelkostuums, en zelfs een lok haar van de dichter, bewaard door zijn geliefde Contessa d’Albany. Ja, zelfs een dichter wilde soms een haarlok bewaren om aan een geliefde te denken. In de museale kamers hangen beroemde portretten van Alfieri en zijn familie. In de salon zie je een schilderij van de Contessa met haar hond Pirro - stel je voor, zelfs honden kwamen op het doek terecht! En als je goed luistert, als het even stil is in het palazzo… hoor je misschien de stemmen van vroegere bewoners, het zachte ritselen van theaterkostuums, of een dichter die zelfs in zijn slaap nog rijmt. Want als deze muren konden praten, dan zouden ze je vertellen over verloren liefde, geladen pennen en wijn die rijkelijk vloeide. Dus, neem nog even een laatste blik op die hoge ramen en het sierlijke balkon. Wie weet, misschien krijg je op deze plek wel inspiratie voor je eigen sonnet. Gewoon oppassen dat je niet begint te declameren tegen de postbode! Interesse in een diepere duik in het Het Gebouw, het Alfieri museum of de restauraties? Ga met me mee in het chatgedeelte voor een verhelderend gesprek.
Open eigen pagina →
12Cripta di Sant'Anastasio
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenRechts voor je zie je een mysterieus, ondergronds bouwwerk met bakstenen bogen en oude zuilen met sierlijke kapitelen, waar licht subtiel wordt weerkaatst op de zandstenen pilaren…Meer lezenToon minder
Rechts voor je zie je een mysterieus, ondergronds bouwwerk met bakstenen bogen en oude zuilen met sierlijke kapitelen, waar licht subtiel wordt weerkaatst op de zandstenen pilaren - als je naar de grond kijkt, zie je de ingang naar een van de oudste geheimen van Asti. Welkom bij de crypte en het museum van Sant'Anastasio! Stel je even voor: we gaan terug in de tijd naar de vroege middeleeuwen, toen hier geen moderne gebouwen stonden, maar heilige gronden vol verhalen, legendes en... nou ja, als je héél stil bent kun je misschien nog het gefluister van oude monniken horen. Deze crypte werd diep onder een kerk gebouwd die allang verdwenen is. De kerkliefhebbers onder ons zouden hun ogen uitkijken, want de originele kerk werd jammer genoeg platgegooid in 1907. Daarboven zat een oud Benedictijns vrouwenklooster uit minstens het jaar 1008. Er werd trouwens gezegd dat de stichter, koning Liutprando - jawel, een echte koning - ooit als pelgrim hierheen trok, op zoek naar plekken gewijd aan de Perzische martelaar Anastasio. Zou hij gedacht hebben: “Laat ik hier eens een keldertje vol mystiek aanleggen?” Misschien, want Asti zat in die tijd boordevol Longobarden en belangrijk geloofsleven. Dus deze plek barst werkelijk van de historie. En dan die architectuur! Drie kleine ruimtes met zware gewelven, gedragen door zuilen waarvan sommige zijn geleend van, jawel, echte Romeinse ruïnes. Stel je een bende bouwvakkers die denken: “Die oude stenen liggen hier nog, waarom niet een mooie nieuwe tempel ermee maken?” Soms moeten zelfs oude Romeinen hun steentje bijdragen! En let ook op de zandstenen pilaren: stevig, robuust en toch elegant, alsof ze stiekem hebben geoefend voor een zuilenmodellenwedstrijd. Loop je een stukje verder, dan stuit je op restanten van Romeinse vloeren, middeleeuwse graven en zelfs overblijfselen van de eerste kerkmuur uit de zevende eeuw. Hier liggen dus letterlijk eeuwen bovenop elkaar! En gek, hè, dat het allemaal eigenlijk boven water kwam toen de oude school, die later gebouwd was, ook alweer werd afgebroken- alsof de geschiedenis van Sant'Anastasio gewoon niet vergeten wílde worden. Laten we een duik nemen in de tijdmachine die dit museum eigenlijk is: allereerst krijg je hier de mooiste zandstenen kapitelen te zien, rechtstreeks uit de romaanse kerk van de twaalfde eeuw - een inspiratie uit Genua en Milaan, dus lekker Italiaans, maar met een flinke scheut lokale flair. Wandel daarna langs Romeinse grafstenen, oude kerkornamenten, mysterieuze hoekstenen van torens, en bewerkte bogen die vroeger een veilig thuis gaven aan de rijken van Asti. Zelf moet ik altijd even goed kijken of er niet ergens een geheime trap naar een verborgen schatkamer ligt. Nog niet gevonden, trouwens, maar geef nooit op! Wat het extra spannend maakt: aan de westkant van het museum kun je letterlijk de grote Romeinse steenplaten aanraken die ooit het forum van het antieke Hasta vormden. Zie je de graven uit de zevende en achtste eeuw? Bedenk dan even hoe Asti er toen uitzag: kleine straatjes, het zachte gerinkel van ezelsbellen en een stadsrand die nog door dikke muren werd beschermd. En die muren! Je vindt hier zelfs nog stukjes van de allereerste funderingen van de vroegmiddeleeuwse kerk en delen van de barokke muur (dat is dan weer veel jonger - uit de zeventiende eeuw). De oostkant van het museum barst van de stukjes steen, piëteitsvol uitgestald, met kapitelen uit gesloopte kerken, oeroude grafmonumenten en ornamenten van huizen die ooit belangrijke mensen beschermden. Je ziet niet alleen het religieuze, maar ook hoe de stad sociale netwerken en beveiliging bouwde, steen voor steen. Je staat nu op een plek waar de tijd letterlijk in lagen onder je ligt. Elk brokstuk dat je ziet, vertelt een verhaal van veroveraars, monniken, bouwvakkers, dames uit het klooster, en misschien - als je even goed luistert - oude stadsgeheimen die zo graag gevonden willen worden. En nu even een goeie raad: kijk uit voor lage gewelven! Vroeger waren mensen waarschijnlijk een paar centimeter kleiner - of ze gunden zichzelf gewoon geen hoofdpijn van het te snel opstaan na het bidden. Sta dus lekker rechtop, ruik de lichte geur van koele steen en voel hoe het verleden hier z’n adem nog inhoudt... Dit verhaal van Sant'Anastasio is eigenlijk nog maar net begonnen! Klaar om je te verdiepen in de oorsprong, architectuur of de kerk van Sant'Anastasio? Ga met me mee in de chatsectie voor een verrijkende discussie.
Open eigen pagina →
13Episcopaals Seminarie van Asti
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenJe herkent het Bisschoppelijk Seminarie van Asti gemakkelijk aan de lange, statige gevel van rood baksteen met rijen hoge ramen en opvallende groene luiken, precies daar waar de…Meer lezenToon minder
Je herkent het Bisschoppelijk Seminarie van Asti gemakkelijk aan de lange, statige gevel van rood baksteen met rijen hoge ramen en opvallende groene luiken, precies daar waar de stoep een beetje breder wordt bij het kleine pleintje. Staat je neus nu richting deze machtige barokke gevel? Dan ben je precies goed! Stel je even voor: het is 1574. Je ruikt het hout van de kraampjes op het marktplein, de lucht is gevuld met klokkengebeier en plots trekt een kleine stoet jonge geestelijken voorbij - bestemming het allereerste seminarie, een paar huizen verderop naast de kerk van Sant’Ilario. Die kerk stond er trouwens al sinds de 13e eeuw. In die tijd was het seminarie niet veel meer dan een woonhuis, maar met een koekjestrommel vol geduld - en heuse bisschoppen zoals Domenico della Rovere en later Paolo Maurizio Caissotti - groeide het gebouw uit tot dit imposante complex. Rond 1762 zat het hier propvol piepjonge seminaristen die soms zoveel lawaai maakten dat zelfs de heiligen op de glas-in-loodramen even met hun ogen rolden. Bisschop Caissotti dacht, “Dit kan zo niet langer,” en schakelde prompt de beroemde architect Benedetto Alfieri in. De plannen waren ambitieus: vier zijdes rond een binnenplein, met hoge zalen, arcades, zelfs een ellipsvormige aula... Maar ach, de schatkist bleek zo leeg als mijn maag voor de lunch. Dus kregen ze maar drie vleugels en een halve derde verdieping. En die prachtige ronde kerk op de hoek? Die bleef een droom op papier. Gelukkig kwam er voor iedereen wat extra ruimte, nadat ze enkele aangrenzende huisjes omver kegelden en de kerk van San Sisto opofferden - al herinnert de zuil met het kruisbeeld voor je neus daar nog altijd aan. In de Franse tijd, 1798, werd het hier eventjes minder heilig: soldaten namen hun intrek, en zelfs bakkers bevolkten de zuidvleugel met een geur van vers brood die waarschijnlijk menige seminarist uit z’n bed deed springen. Het aantal leerlingen daalde vlug, tot welgeteld twaalf brave zielen. Geen reden tot paniek, want in 1801 werden de deuren weer feestelijk geopend, en het gebrabbel van dertig jonge studenten vulde de gangen opnieuw. Nu even een sprongetje naar een verrassend stil hoekje op de bovenste verdieping… Daar vind je tegenwoordig de prachtige bibliotheek, gesticht in 1730 door bisschop Todone. En wauw - wat een schat aan boeken! Hier ligt één van de grootste verzamelingen van Piemonte. En pssst, ga even verder: verborgen kamers vol stoffige oude instrumenten en vitrines met 19e-eeuwse apparaten voor scheikundige en natuurkundige experimenten, alsof Einstein elk moment zelf binnen kan wandelen. Maar wacht, er hangt hier meer in de lucht dan alleen boekenstof. In de zalen ontdek je schilderijen van eeuwen geleden, zoals de tedere “Natività con i santi Bartolomeo e Benedetto” uit de zestiende eeuw - als die kon praten, zouden ze misschien wel geheimen verklappen uit lang vervlogen nachten vol gebed en gefluister. En dan is er nog de “Adorazione dei Magi” uit 1517, en het statige portret van monseigneur Garberoglio, geschilderd in 1896 - die kijkt stiekem streng toe of je wel netjes blijft tijdens deze rondleiding. Dus, luister goed als de wind hier fluistert, want elke steen van het seminarie lijkt een eigen verhaal te willen vertellen - van giggelende studenten tot geleerde bisschoppen, van Franse soldaten met knorrende magen tot imposante boekenrijen waar menig Astigiano jaloers op zou worden. Wat denk je, voel jij de geschiedenis hier ook in je schoenen kriebelen? Voor een beter begrip van de de bibliotheek, de schilderijen of de fotogalerij, neem contact met me op via de chat hieronder.
Open eigen pagina →
14Cattedrale di Asti
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenJe ziet nu voor je het imposante bakstenen gebouw met drie ronde roosvensters en een hoge klokkentoren rechts; kijk naar die reusachtige façade met bogen en zuilen, want daar…Meer lezenToon minder
Je ziet nu voor je het imposante bakstenen gebouw met drie ronde roosvensters en een hoge klokkentoren rechts; kijk naar die reusachtige façade met bogen en zuilen, want daar schittert de Kathedraal van Santa Maria Assunta in volle glorie. Welkom voor de belangrijkste kerk van Asti, het indrukwekkende hart van de stad - en geloof mij, hier is de geschiedenis net zo dik als de muren zelf! Stel je even voor: je staat aan het begin van de vijfde eeuw. Hier, waar nu deze gotische reus de hemel probeert te raken, stonden alleen nog losse gebouwen en een kerkje dat te klein en niet veilig genoeg was voor iedereen. De stad groeide, en men besloot de bisschopskerk binnen de stadsmuren te verhuizen, waar men hopelijk niet bij iedere aanval alweer naar een nieuwe plek hoefde te zoeken. Ze hadden duidelijk geen zin om steeds opnieuw te verhuizen - je zou er je plattegrond op verliezen. De eerste versie van deze kathedraal werd gebouwd met puin van omgevallen huizen. Letterlijk recycling, maar dan middeleeuws! Tussen 1070 en 1095 ging het even mis: het dak kwam naar beneden nadat er brand uitbrak - gesticht door niemand minder dan Adelaide van Susa, de schoonmoeder van een keizer, die het aan de stok had met de lokale bisschoppen. Maar geen zorgen, nog geen dertig jaar later kwam de paus zelf, Urbanus II, langs en consacreerde het nieuwe godshuis dat klaar was om zelfs de zwaarste mis bij te wonen. In de loop der eeuwen groeide de kathedraal uit tot een meesterwerk. Kijk goed: de drie hoge bogen en indrukwekkende roosvensters zijn typisch voor de gotische architectuur die hier tot in Noord-Italië heeft doorgewerkt. De toren? Die is uit 1266, bedankt Jacopo Ghigo! Hij had het al zwaar genoeg - de eerste klokkentoren dreigde het begeven, dus bouwde hij er eentje met maar liefst zeven verdiepingen, plus een achthoekige spits erbovenop. Door de eeuwen heen werd de kathedraal telkens weer uitgebreid en verbouwd. Elk nieuw tijdperk, van gotisch tot barok, liet zijn sporen na - soms net zo subtiel als een olifant in een porseleinkast. En dan het mysterieuze portaal aan de zijkant, rijk versierd met heiligenbeelden: Hier zie je onder andere Sint-Jerome, Petrus, Paulus en Sint-Biagio. Eeuwenlang dachten mensen dat dit stuk veel jonger was vanwege de finesse, maar nee hoor - de middeleeuwers konden er wél wat van! Klein raadsel voor jou: zie je de marmeren beeldengroep met Maria Assunta omringd door zes engelenhoofden? Die werd hier in 1470 stabiel neergezet - hopelijk gaven die engelen haar geen last van hoogtevrees! Toch liep niet alles op rolletjes. In latere eeuwen vonden pastoors en bouwmeesters het nodig om dingen te verfraaien of te verbouwen volgens de mode van hun tijd. Dus kwamen er barokke kapellen die soms net zo goed bij een spaarvarken hadden gepast. Veel oude fresco’s en details werden letterlijk weggebeiteld om plaats te maken voor nieuwe kunstwerken. Gelukkig zijn de origineelste kapitelen uit de vroege veertiende eeuw gespaard gebleven - alsof ze zich bij elke verbouwing stevig vastklampten aan hun plek! Binnen, achter het zware portiek, kijk je omhoog en zie je dat alle gewelven prachtig zijn beschilderd. De Milanese meesters Francesco Fabbrica en Pietro Antonio Pozzi, samen met Bocca uit Bologna, hebben de hele Bijbel als stripverhaal op deze plafonds geschilderd. Zet maar alvast je nekspieren schrap - hier kan je uren naar kijken! De kathedraal herbergt een indrukwekkende collectie kunstwerken: van het schilderij "Lo Sposalizio della Vergine” van Gandolfino da Roreto tot houtwerk van Salario di Moncalvo en zelfs een uniek duo van historische orgels dat samen een concert kan geven. Ja, je hoort het goed, deze kathedraal is eigenlijk één grote instrumentenkamer, soms lijkt het wel een muziekwinkel met extra heilige klanken! En elke grote feestdag, zoals de dag van de patrones, werd het plein voor deze kathedraal omgetoverd tot een festival voor koorzangers, musici en zingende burgers uit de hele regio. Dus adem diep in, ruik de eeuwenoude stenen, luister naar een denkbeeldig orgelconcert dat galmt onder de gewelven, en stel je voor hoeveel voeten, hoop en geheimen deze kathedraal al eeuwenlang onder haar dak ontvangt. De Kathedraal van Santa Maria Assunta - waar steenhouwers, gelovigen, bisschoppen en zelfs rebelse schoonmoeders hun sporen hebben nagelaten. Zo zie je maar: elke kerk heeft zijn verhalen, en sommige zijn zelfs heter dan de hel! Geïntrigeerd door de beschrijving, werken of de fotogalerij? Ontdek verder door met me mee te doen in de chatsectie hieronder.
Open eigen pagina →
15Mazzola-paleis
Koop de tour om alle 19 tracks te ontgrendelenOm het Mazzola Paleis te vinden, kijk je naar dat grote, stevige bakstenen gebouw met een gedeeltelijk open houten deur en een groene klimop die tegen de muur omhoog kruipt-je…Meer lezenToon minder
Om het Mazzola Paleis te vinden, kijk je naar dat grote, stevige bakstenen gebouw met een gedeeltelijk open houten deur en een groene klimop die tegen de muur omhoog kruipt-je kunt het haast niet missen in deze straat! En nu, terwijl je voor deze robuuste gevel staat, stel je eens voor dat je terug in de tijd stapt, naar het dertiende-eeuwse Asti, toen hier vooral ruige middeleeuwse bouwers en adellijke families de dienst uitmaakten. Je hoort bijna het getik van de hamers op de stenen en het geroezemoes op straat. Achter deze verweerde muren-waar je trouwens nog goed de ronde “a roncola” bogen in de oude ramen aan de zijkant kunt spotten-huist één van de oudste verhalen van de stad. Ooit was dit paleis niet eens een paleis, maar vooral een chique huisje avant la lettre voor een machtige familie, de Mazzola’s. In 1516 kreeg het zijn elegante renaissancistische vorm, speciaal besteld door Francesco Mazzola, een rechtgeleerde en graaf die vast niet hield van half werk. Toch is de buitenkant vaak verbouwd. Er was ooit een indrukwekkende gevel met marmeren sierlijsten en stenen versieringen naast de grote poort, maar die zijn nu zoals je ziet zo goed als versleten. Tijd, regen en waarschijnlijk een paar enthousiaste duiven hebben hun stempel gedrukt! Loop in gedachten eens door de deuren naar binnen… je zou in vroeger tijden twee binnenhoven tegenkomen. De eerste had een mooi portiek met bogen dat in de vorige eeuw dichtgemetseld werd. De tweede ligt bij een tuin en heeft een portiek met vier ronde bogen op stoere bakstenen dorische zuilen; perfect voor schaduwrijke gesprekken of konkelende edellieden. En wie omhoog kijkt in de grote zaal beneden, ziet een houten cassetteplafond-als je geluk hebt, vang je een glimp op van schilderingen met wapenspreuken van de familie Mazzola. Op de eerste verdieping zijn eveneens verzonken plafonds, maar een deel daarvan blijft nog wat mysterieus verborgen achter negentiende-eeuwse gewelven. Misschien zit daar wel een vergeten schat achter, wie weet! Het Mazzola Paleis is niet alleen een stukje architectuur-dit is ook het geheugen van de stad. Sinds 1980 is het de thuisbasis van het historische archief van Asti. Klinkt misschien saai, maar hier vind je alles: documenten over feesten, markten, oude wetten, en zelfs handgeschreven oorkonden uit het jaar 947. Ja, echt waar-de gemiddelde Astigiano weet nog niet eens waar z’n fietssleutel ligt, maar het archief weet nog precies wie de stad regeerde tijdens de Napoleontische tijd! Het bekendste stukje papier? Dat is het “Codice Catenato” uit de veertiende eeuw: het burgerlijk wetboek van Asti, vol regels en sappige juridische details waar elke hedendaagse advocaat jaloers op zou zijn. Of de “Codex Astensis”, die je alles vertelt over de families, ruzies en vriendschappen tussen Asti en het keizerlijke hof. Lekker roddelblad, die middeleeuwse archieven. In één van de zalen staat een eerbetoon aan de beroemdste paardenrace van de stad, de Palio. Hier hangen oude documenten en vrolijke tekeningen van de koers door de eeuwen heen, met het oudste stuk uit 1275, toen de Astesianen na een overwinning op Alba stiekem hun Palio aan de muren van de vijand renden-je zou haast zeggen: Asti was toen al niet vies van een beetje kattenkwaad! En dan zijn er de mensen die hier ooit gewoond hebben. De Mazzola’s waren geen gewone lui. Notarissen, adviseurs, graven… ze lagen zelfs keurig begraven in de kathedraal van Asti. Helaas doofde de naam uit nadat Filippo Mazzola het huis in 1710 weggaf aan het “Buon Pastore”-instituut, bedoeld om jongeren op te vangen die het behoorlijk lastig hadden. Barmhartigheid én adel-dat zie je niet elke dag zo samen. Eén ding is zeker: achter deze degelijke bakstenen schuilen honderden geheime stemmen, van strijdlustige edellieden tot koppige stadsbestuurders én feestende burgers. Dus, als je even je hand op de muur legt, wie weet hoor je het zachte gefluister van al die verhalen… Of het is gewoon de wind, maar wie weet. Bedankt dat je met mij deze magische reis door het oude Asti hebt gemaakt! Als je nu trek krijgt van de geschiedenis-denk eraan, zelfs de Mazzola's hielden van een goede lunch na het papierwerk. Buon viaggio! Gefascineerd door de historische gebeurtenissen, het paleis of het gemeentelijk historisch archief? Laten we erover praten! Ga naar het chatgedeelte voor meer informatie.
Open eigen pagina →
Veelgestelde vragen
Hoe begin ik de tour?
Download na aankoop de AudaTours-app en voer je inwisselcode in. De tour is direct klaar om te starten – tik gewoon op afspelen en volg de GPS-geleide route.
Heb ik internet nodig tijdens de tour?
Nee! Download de tour voordat je begint en geniet er volledig offline van. Alleen de chatfunctie vereist internet. We raden aan om te downloaden via wifi om mobiele data te besparen.
Is dit een groepsrondleiding met gids?
Nee - dit is een audiotour met eigen gids. Je verkent zelfstandig op je eigen tempo, met audiovertelling via je telefoon. Geen tourguide, geen groep, geen schema.
Hoe lang duurt de tour?
De meeste tours duren 60-90 minuten, maar jij bepaalt het tempo volledig. Pauzeer, sla stops over of neem pauzes wanneer je wilt.
Wat als ik de tour vandaag niet kan afmaken?
Geen probleem! Tours hebben levenslange toegang. Pauzeer en hervat wanneer je wilt – morgen, volgende week of volgend jaar. Je voortgang wordt opgeslagen.
Welke talen zijn beschikbaar?
Alle tours zijn beschikbaar in meer dan 50 talen. Selecteer je voorkeurstaal bij het inwisselen van je code. Let op: de taal kan niet worden gewijzigd na het genereren van de tour.
Waar vind ik de tour na aankoop?
Download de gratis AudaTours-app uit de App Store of Google Play. Voer je inwisselcode in (verzonden per e-mail) en de tour verschijnt in je bibliotheek, klaar om te downloaden en te starten.
Als je niet tevreden bent met de tour, betalen we je aankoop terug. Neem contact met ons op via [email protected]
Veilig afrekenen met 










