Voor je zie je een indrukwekkend, lichtgrijs kasteel van ruwe stenen met een hoge vierkante toren en grote ramen; zoek het gebouw met de banner waarop “Musée Picasso, Antibes” staat en je weet dat je goed zit.
Stel je voor: de warme zon brandt op het oude steen, terwijl je vlak naast het kasteel staat, op dezelfde plek waar ooit de Griekse stad Antipolis lag. Hier bouwden de feodale heren Marc en Luc Grimaldi in de veertiende eeuw hun huis. Je hoort misschien het gekletter van hun harnassen als ze op het binnenplein overleggen over hun stad. Maar alles verandert: de Grimaldi’s vertrekken, en in 1608 neemt koning Hendrik IV het château over. Denk je eens in hoe het gebouw bijna twee eeuwen lang de statige residentie van de gouverneur was, klokken die slaan om het uur, flarden muziek en het geroezemoes van de stad dat tot de zware deuren doordringt.
Dan breekt de revolutie uit. Plotseling vult het oude kasteel zich niet met adellijke feesten maar met de stemmen van revolutionairen. Je zou het kunnen horen: het gekras van pennen op perkament wanneer het gebouw wordt omgetoverd tot het nieuwe stadhuis van Antibes. Maar de geschiedenis rolt door - het paleis wordt uiteindelijk een kazerne waar soldaten marcheren over de binnenplaats.
Pas in 1925 keert de rust terug als de stad Antibes het château koopt. Het wordt het Grimaldi Museum en in 1946 gebeurt er iets magisch: Pablo Picasso komt hier zes maanden wonen. Stel je voor, Picasso aan het werk, schilderijen die zich op de muren vormen, het vrolijke gelach van zijn vrienden, verf en klei op zijn handen. Hij schenkt het museum een schitterende collectie, waaronder “La Chèvre” en “La Joie de vivre”. Dankzij Picasso’s tweede vrouw Jacqueline is het museum nu gevuld met nog meer meesterwerken.
Vandaag stap je niet zomaar een museum binnen, maar een plek vol verhalen, waar eeuwen van mysterie en creativiteit samenkomen. Welkom in het Musée Picasso, waar verleden en kunst elkaar ontmoeten.



